De logica klopte. De uitkomst niet.

De misleidende kloof tussen theoretische logica en de weerbarstige praktijk.

BLOG & NIEUWS

1/16/2026

Logica
Logica

De logica klopte. De uitkomst niet.

Het gebeurt vaker dan we achteraf prettig vinden. Een internationale uitbreiding -De Target Canada–expansie (2013–2015) - die op papier onvermijdelijk leek, maar strandde op lege schappen. Een slim systeem dat bedoeld was om sneller te helpen, maar vastliep precies toen niemand daar tijd voor had (De London Ambulance Service Dispatch System (LASCAD) – 1992). Geen uitzonderingen, geen incidenten — gewoon situaties waarin alles logisch was, behalve wat er uiteindelijk gebeurde.

Het zag er goed uit. Netjes zelfs. De aannames waren expliciet, de variabelen zorgvuldig gekozen en de spreadsheet had meer tabbladen dan de gemiddelde vakantiefoto’s. Er waren grafieken, scenario’s en een gevoeligheidsanalyse die precies liet zien wat er zou gebeuren als het iets tegenzat. Of mee. Kortom: alles klopte.

En toch liep het anders. Niet spectaculair mis. Geen headlines, geen paniek. Gewoon… anders dan verwacht. De cijfers waren logisch, maar de werkelijkheid had zich niet aan het script gehouden. Alsof iemand tijdens de voorstelling besloot een andere rol te spelen, zonder het even te melden.

Het is een vertrouwd moment. Vaak volgt er dan een korte stilte. Iemand schuift zijn stoel naar achteren. Een ander zegt dat het “achteraf natuurlijk lastig te voorzien was”. En ergens in de ruimte hangt de vraag die niemand hardop stelt: waar ging dit eigenlijk mis?

We houden van logica. Logica geeft rust. Het idee dat als we maar goed genoeg nadenken, voldoende data verzamelen en alle scenario’s doorrekenen, de uitkomst zich vanzelf aandient. Logica suggereert dat de wereld uiteindelijk redelijk is, mits je haar maar zorgvuldig genoeg benadert.

Misschien is dat ook waarom we modellen zo serieus nemen. Ze zijn overzichtelijk. Ze luisteren. Ze doen precies wat we vragen, zolang we het maar duidelijk formuleren. Ze geven antwoorden zonder tegenspraak en conclusies zonder emotie. In een wereld vol ruis is dat aantrekkelijk. Het ongemak ontstaat pas later. Wanneer blijkt dat mensen zich niet gedragen als aannames. Dat markten geen geheugen hebben. Dat timing belangrijker was dan trend. Dat iets wat op papier “acceptabel risico” heette, in de praktijk vooral onrust opleverde.

Dan zeggen we vaak dat het model niet goed was. Of dat de data incompleet waren. Soms klopt dat. Maar opvallend vaak was het model precies wat we ervan mochten verwachten. Het deed zijn werk. Alleen niet het werk dat wij er stilzwijgend van hadden verwacht.

Want ergens onderweg zijn we logica gaan verwarren met voorspelbaarheid.

Logica beschrijft samenhang. Geen garantie. Het zegt iets over hoe dingen zouden kunnen verlopen, niet hoe ze zullen verlopen. Maar zodra we een uitkomst zien die netjes onderaan staat, krijgt die toch iets definitiefs. Alsof de berekening niet alleen een mogelijke toekomst beschrijft, maar de toekomst.

Dat is een subtiel moment. Daar schuift denken ongemerkt op naar geloven.

Het interessante is dat dit zelden voortkomt uit naïviteit. Integendeel. Vaak zijn het juist ervaren mensen die hier intuïtief in meegaan. Omdat ze weten hoe rommelig de werkelijkheid is. Omdat ze behoefte hebben aan houvast. Omdat ze al te vaak hebben gezien hoe discussies verzanden zonder iets tastbaars om op terug te vallen.

Logica wordt dan een soort anker. Niet omdat het alles verklaart, maar omdat het iets vastzet.

En misschien is dat precies de spanning. Logica is niet bedoeld om onzekerheid te elimineren, maar om ermee om te gaan. Het helpt ons denken, niet voorspellen. Het maakt keuzes expliciet, maar neemt ze niet over. Zodra we het als eindpunt behandelen, vragen we er meer van dan het kan geven.

Daar zit iets ongemakkelijks in. Want het betekent dat zelfs perfecte redeneringen kunnen leiden tot onbevredigende uitkomsten. Dat zorgvuldig denken geen vrijbrief is voor gelijk krijgen. En dat “het klopte” en “het werkte” twee verschillende dingen zijn.

Toch blijven we het proberen. We bouwen nieuwe modellen, scherpen aannames aan, voegen variabelen toe. Dat is geen fout. Het is hoe vooruitgang eruitziet. Maar misschien helpt het om af en toe stil te staan bij wat we eigenlijk verwachten van die logica. En of dat wel een eerlijke verwachting is.

Want of het nu gaat om een expansie die logisch leek, of een systeem dat precies op het verkeerde moment vastloopt — het patroon is zelden uniek. De logica klopt vaak. De uitkomst niet altijd.

De vraag is alleen of we haar gebruiken om beter te denken — of om ons zekerder te voelen.